STUREN WE ONZE BOMEN DE LAAN UIT?

IMG_2551

Het zijn warme, zelfs tropische, dagen deze zomer. Mijn fietstochten voeren over vele wegen in het schone Brabant. Misschien voert mijn tocht over onverharde paden, maar hij voert zeker en vooral naar de troostrijke schaduw van de bomen. Ik fiets door lommerrijke lanen en over bospaadjes waar het zonlicht gefilterd doorheen valt. Waar blijft een fietser in dit weer zonder schaduw? En mocht het toch nog ooit gaan regenen, dan fiets ik graag onder het druppend bladerdak.

Met dat schone Brabant valt het trouwens een beetje tegen, want de lucht is hier minder schoon dan zou moeten. Waar veel bomen zijn, is de lucht in ieder geval iets schoner. De bomen zijn de longen van onze aarde en dus ook van Brabant.

Komt het bij het fietsen ook maar één moment in mij op dat ik omringd word door levensgevaarlijke bomen? Bomen die elk moment kunnen omvallen en mijn leven kunnen beëindigen? Of bomen waar ik zomaar met volle snelheid tegenaan kan beuken? Einde verhaal? Nee! Ik geniet met volle teugen, van de bomen en door de bomen. Ik zie zelfs door de bomen het bos.

Vandaag hoorde ik iemand beweren dat bomen langs wegen (waar ook fietspaden lopen) fietsers beschermen bij riskante inhaalmanoeuvres van auto’s. Het zou zomaar kunnen, interessante gedachte. Als ik als wandelaar of fietser de Sonseweg over wil steken, is dat soms een riskante onderneming. Er wordt soms (vaak?) toch wel behoorlijk hard gereden en de weg moet aan twee kanten vrij zijn. Het is altijd een beetje rennend oversteken. Gevaarlijke bomen? Misschien. Maar gevaarlijk rijgedrag dan op een weg met aan twee kanten bomen? Hoe groot is de verleiding hier net een tikje harder te gaan dan verantwoord?

De ongelukken waar bomen bij betrokken zijn er, absoluut. Waar het leven van jonge en ook oudere mensen abrupt afgebroken wordt omdat auto’s, mensen en bomen allemaal precies op het dodelijke moment samen op de verkeerde plek zijn. Vol afschuw lees ik die berichten, ze komen hard binnen. Maar het gaat mij te ver, om daaraan de vergaande conclusie te verbinden dat – langs een aantal wegen in Brabant – de bomen de laan uit gestuurd moeten worden. En wel omdat ze levensgevaarlijk zouden zijn.

In deze mooie zomer zijn er ook dit jaar weer veel mensen in (en in de buurt van) het water. Er verdrinken behoorlijk wat mensen en juist ook kinderen, elk jaar weer. Een nachtmerrie voor wie er bij betrokken is. De vraag die onmiddellijk zou kunnen rijzen is, waarom dempen we niet alle vijvers, recreatieplassen, grachten, meren, sloten, kanalen, de zee? Als ik zo vrij mag zijn: omdat het zo niet werkt. Wel kunnen de meeste Nederlandse kinderen goed zwemmen, maar ook dat is geen garantie. Zo’n garantie bestaat gewoonweg niet.

Veel Nederlanders trekken erop uit met vakantie, kort of lang, ver of dichtbij. Gelukkig hebben we geen idee wat ze allemaal kan overkomen (dat weet hun verzekeringsmaatschappij vast wel), maar ik weet toch vrij zeker dat ze in het buitenland niet alle bomen langs wegen gaan kappen waar Brabanders eventueel langs zouden kunnen komen. Voor die kleine (maar afschuwelijke) kans op een dodelijk boomincident.

Er zijn ook hele akelige ongelukken waar automobilisten een aanrijding met een huis hebben en waar zelfs de bewoners gewond kunnen raken – of erger. Is het te kort door de bocht om dan ook maar huizen in de buurt van iets wat op een weg lijkt, gewoon per direct te vorderen, af te breken en te vervangen door een zandvlakte? Jammer dan dat je een huis hebt langs een weg: levensgevaarlijk. Voor beide partijen. Dus, zou het advies kunnen zijn: geen huizen meer langs een doorgaande weg. Daar zouden we toch niet echt serieus over nadenken?

Of ik dan bomen nooit als gevaarlijk kan zien? Nou en of. Tijdens de laatste zware storm negeerde ik de code oranje. Zo vaak viel het eigenlijk best wel mee met al die codes en ik ging wandelen. Uit voorzorg wandelde ik niet in het bos, maar in het buitengebied. Al snel nam de al harde wind in hevigheid toe. In een half uur tijd, was het een verschrikkelijke storm. Alles om mij heen ging zo tekeer dat ik alleen maar de storm hoorde brullen. En ja, ik was bang. Eenmaal op een weg met grote bomen, kun je niet zo makkelijk de bomen – die daar nu eenmaal staan – vermijden. Alles kraakte. Het was hels. Enorme takken braken als luciferhoutjes af en vlogen door de lucht. Een flauw klein takje vloog in mijn gezicht en de pijn striemde door mij heen. Ineens was het toch vrij duidelijk dat zo’n code oranje geen flauwekul was en dat ik op de verkeerde plek op het verkeerde moment was.

Ik ben thuisgekomen, ondanks mijn domme gedrag. Er moet wel een heel leger aan engeltjes aan beide kanten op mijn schouders hebben gezeten. En ja, blijkbaar kunnen die ook in zware stormen gewoon engelachtig vliegen: hemelse krachten, u weet wel. Eenmaal in het dorp aangekomen, viel mijn mond open. Dakpannen lagen van de daken, grote bomen lagen om, zelfs dwars door auto’s en hele heggen waren uit de grond gerukt. Onze eigen bomen stonden er nog, we hebben gewoon geluk gehad, maar dat had makkelijk anders kunnen zijn.

De dag erna, de storm was geluwd, kwam ik weer in het bos. Waar eerst normale paden waren, lagen nu dramatisch veel bomen om. Boven mij zwierden enorme half afgebroken takken, die elk moment alsnog konden vallen. Al snel was ik het bos weer uit, het was inderdaad levensgevaarlijk. Voorlopig zat een boswandeling er even niet in.

Ondanks de hogere risico’s voor wandelaars en fietsers, is het bosbeheer verstandig omgegaan met gevaarlijke bomen en loshangende takken. Wat echt noodzakelijk was, is omgezaagd en aangepakt. De paden zijn vrijgemaakt. Maar de rest van het bos is gespaard gebleven. Je mag ook van wandelaars en fietsers verwachten dat ze risicomijdend zijn in en na zo’n zware storm.

Echter, als we nu structureel en op grote schaal bomen langs doorgaande autowegen uit voorzorg gaan kappen, is het een heel ander verhaal. Ons landschap wordt dan blijvend en onomkeerbaar aangetast. Eerst heeft de provincie zoveel schaduwrijke fietspaden aangelegd. Laten we als fietsers daar nu eens ongegeneerd dankbaar voor zijn. Mag best een gezegd worden. Vervolgens staan veel schaduw gevende bomen toevallig ook langs de autoweg en zijn ze ten dode opgeschreven. Schieten we hier ons doel niet voorbij?

Als we de Brainportregio nu eens actief mee laten denken over verstandige, dus boom sparende oplossingen? Zouden we dan niet veel meer ‘2018 & 2019’ bezig zijn?

Ik chargeer: we kappen alle bomen langs alle wegen in Brabant en vervangen ze door 3D-geprintte bomen die soepeltjes meebewegen bij elk boomincident. Als het stormt, buigen de bomen tot de grond en veren net zo makkelijk weer terug. Bij een aanrijding veren ze even wat naar achter en vangen zo de auto soepeltjes op. Geen letsel meer, geen schade. Geen slachtoffers! Geen gedoe met bladeren meer, de hele zomer zijn de bomen groen en in de herfst zorgen ledlampjes voor een veranderende bladkleur. Dit kan allemaal op afstand geregeld worden. In de winter trekken alle blaadjes zich met bijzondere mechaniekjes terug in de boom. Het kost wat, maar dan hebben we ook wat. De omgezaagde bomen, die het leven hiervoor lieten, worden door lokale architecten gebruikt voor nuttige, lokale projecten. Wat een prestige zal dit Brabant opleveren.

Het bovenstaande is natuurlijk onzin. Mijn onzin. Iemand moet iets veel beters kunnen verzinnen dan dit; iets waarmee we onze bomen kunnen behouden.

Maar alles daar gelaten, denk vooral aan de ontelbare keren dat we met groot genoegen over doorgaande wegen rijden, fietsen en wandelen. Langs en onder onze schitterende bomen. Dag in, dag uit. Jaar in, jaar uit. Eeuw in, eeuw uit. Als we dat afzetten tegen het aantal boomincidenten … Wat is dan de prijs? Laten we vooral alle feiten wegen en ons gezond verstand blijven gebruiken, voor we onze bomen de laan uit sturen.

Ilse Bos, Dryadis

Advertenties

Tegen bomen zeg ik U

IMG_2543

Waar een verhaal over bomen begint, zou het nooit mogen eindigen. Ik ben mij ervan bewust dat veel bomen om mij heen een respectabele leeftijd hebben en een staat van dienst. Veel bomen zijn ouder dan ik. Tegen bomen zeg ik U. En dank U wel. Dank voor de heerlijke schaduw, voor het uitzicht, voor de besjes en noten, voor het genoegen, voor alles. Een verhaal over bomen is oneindig.

Mijn achternaam ‘Bos’ heb ik niet gekozen, maar ik heb er wel voor gekozen om een Bos te blijven. Mijn bedrijfsnaam is een beetje versleuteld, maar een Dryade is een bosnimf met een sterke affiniteit met de eikenboom. Dryadis (letterlijk: van de bosnimf ), geeft mijn diepgewortelde respect voor bomen in het bijzonder weer.

Lang geleden woonde ik in de stad en een enorme populier domineerde mijn uitzicht aan de achterkant van mijn huis. Hij was enorm, een echte majesteit en imposant. Alle seizoenen las ik er vanaf en in het voorjaar was ik blij zijn ruisend blad weer te horen.

Bomen gaven deze verouderde stadswijk Bos en Lommer een bijzonder aanzien en allure. Maar op een dag stopte er een busje naast deze boom. Ik rook onraad en was er als de kippen bij. Mannen met enorme zagen waren zich aan het opmaken om de boom te lijf te gaan. Ik was furieus en stormde op het team af. Ik was geen partij en wat ik zoal gezegd heb, ik zou het niet meer weten. Maar het eindresultaat weet ik wel: de boom bleef staan. Jaar in en jaar uit. Tot ik voor werk in het buitenland was. Blijkbaar was er niemand die de boom verdedigde. En toen ik terugkwam, keek ik naar een enorm gapend gat. De machteloosheid die ik toen voelde, kan ik direct weer oproepen, want die heeft erin gehakt.

Vandaag deed ik even mijn ogen dicht op een matje onder mijn boom. Geritsel van rommelende eksters, wat besjes die vielen, het ruisende blad. Een heerlijk moment, een vast Groen Moment tegenwoordig.

Laten we eens een wat ouder leesboek ter hand nemen. Hoe vaak zijn bomen niet het decor van een romance, een ritueel, een hazenslaapje, of het boek verhaalt van een kind wat een boek leest onder een dierbare boom. Ik zie het plaatje zo voor me. Bomen roepen herinneringen op, vraag maar eens aan mensen naar hun jeugdherinneringen en hun ouderlijk huis. Vaak spelen grote, oude bomen een belangrijke rol.

Ook kleine boompjes vormen jeugdherinneringen. Zo plantte ik ooit een wilgentakje in onze tuin. Waarschijnlijk niet eens met de bedoeling een boom te laten groeien. Maar dat gebeurde wel en het werd een prachtig boompje. Ik had er een bijzondere band mee, want hij was al snel groter dan ik. Helaas deelden mijn buren mijn genegenheid voor het boompje bepaald niet. We verhuisden naar een huis zonder tuin en mijn boompje kon niet mee. Op bezoek bij een van onze vroegere buren, viel het mij direct op. Mijn boom was verdwenen! Ik kon het nauwelijks geloven! Maar het was toch mijn boom? Het zou niet bij deze ervaring blijven.

Nog wonend in het westen, maar al werkend in het zuiden, reden we in de vroege avonduren van Best naar Son. Het laatste avondlicht speelde door de bomen en ik was betoverd. Precies daar is de beslissing gevallen dat we in Brabant wilden wonen. Het liefst in de buurt van zo’n prachtig stuk bos. En zo geschiedde. Als ik nu lees dat er plannen zijn om juist langs deze weg de bomen te kappen, vraag ik mij af wie zoiets kan verzinnen. Misselijkmakend!

Jaren later kwam het moment om hier een eigen huis te kopen. We hebben daadwerkelijk een huis gekocht, maar de bomen waren voor mij minstens zo belangrijk. Grenzend aan mijn achtertuin stonden heel veel naaldbomen, het leek wel een bos. In onze achtertuin staan twee imposante bomen. Mijn vraag aan de verkopers van het huis was, of die boom echt noten gaf (ja!) en de moerbeiboom bleek eetbare bessen te leveren. Mijn geluk kon niet op!

Met het bijna-naaldbomen-bos grenzend aan mijn achtertuin, is het heel slecht afgelopen. Geen één naaldboom heeft het overleefd. Weer moest ik toekijken hoe ze stuk voor stuk uit de weg werden geruimd. Dat deed ontzettend veel pijn.

Ook wij hebben bijgedragen aan diepe bomen ellende. In ons oude huis, hadden we voortdurend burengezeur over onze eikenboom in de voortuin. De wortels zouden het riool verstoppen, de overhangende takken zouden overlast gevend zijn. De bladeren waaiden in de tuin van onze buren. Nee maar. De eikels liepen uit in hun tuin. Toe maar. Ik bezweek onder de sociale druk en we lieten de boom omzagen. Het riool gaf nog even veel overlast, dus de wortels hadden er niets mee te maken gehad. De bladeren kwamen nu weer van onze andere boom en er was nog steeds gezeur. Onze berk werd door de gemeente als ziek aangemerkt en dit keer kwam de gemeente zelf onze boom omzagen. Wat overbleef, was een ontzettend kale voortuin. En een heel triest gemoed, het gevoel mijn bomen verraden te hebben. Maar vooral het voornemen dat mensen voortaan van de bomen in mijn tuin zouden afblijven, gezeur of niet.

Als ik dan ook lees, dat er mogelijk heel wat bomen omgehakt gaan worden langs gevaarlijke wegen, denk ik weer aan die boom van vroeger. Hoe ik hem jaren heb weten te behoeden en te behouden. Dat onze onmacht ons niet mag verlammen, om de discussie hierover Branbantbreed aan te wakkeren.

Word snel wakker, mensen! Bomen vormen in Brabant de ziel van ons prachtige landschap. Bomen onnodig kappen? Niet in onze naam, toch? We geloven toch zeker niet in die fabeltjes dat de bomen dodelijk zijn? Of overwegen we dan ook om alle lantaarnpalen, verkeersborden en wat er zoal langs wegen staat direct weg te halen? Nee toch? Handen af van onze bomen!

Ik heb mijn persoonlijke bomenverhalen met u gedeeld. Deel nu uw bomenverhalen met mij. Graag uw Brabantse Bomen verhalen aan Dryadis: Ilse.bos@onsbrabantnet.nl. We kunnen onze verhalen en krachten bundelen! Meer hierover in mijn volgende blogs.

worstelen met duurzaamheid, gratis

IMG_2462

Bij mij doet het woord ‘gratis’ wonderen. Als ik iets niet nodig denk te hebben, verandert dat opeens als het gratis wordt aangeboden. Staat er ergens een bak met gratis artikelen: mij vind je erbij. Zo kom ik af en toe met wonderlijke artikelen thuis, die ik vervolgens weer moet zien te slijten, want wat moet ik er eigenlijk mee.

Gratis of niet, als ik iets mijn huis binnensleep wat daar eigenlijk niet thuishoort, moet het er ook weer uit. Onverbiddelijk. En zie hier waar het mis gaat: dat gaat niet meer zo makkelijk. ‘Hup, in de bak’ is niet meer wat het geweest is. Pure nostalgie is het: de Grote Zwarte Bak van toen. Het bescheiden restafvalbakje van nu, kan zoveel afval niet meer aan. Mede door ons nieuwe afvalsysteem gaat die vlieger dus niet meer op. Het is opvallend dat gratis verkregen hebbedingetjes, meestal noch in de groenbak, noch in de PMD-bak thuishoren.

Hier begint mijn ware kruistocht naar de kringloop. Wordt een kringloopwinkel blij van gratis gekregen artikelen? Ik denk het niet. Wie koopt er nu iets wat je eigenlijk ook gratis had kunnen krijgen? Stel dat kringloopwinkels dit soort artikelen gaan weigeren, wat zou er dan gebeuren? Ik blijf er dan mee zitten, met het gevolg dat ik in het vervolg veel kritischer ben met het aannemen van prullen. Als dat voor iedereen zou gaan gelden, blijft de schenker van gratis prullen ermee zitten. Dat stemt mogelijk tot nadenken, of hij er dan nog wel mee wil doorgaan. Want afvoeren ervan gaat hem uiteindelijk geld kosten.

Bij gratis, denk ik tegenwoordig wat langer na: niet gelijk dat hebberige. Ook en vooral, omdat het vaak overbodig en milieubelastend is. Ga maar eens naar een Open Dag, een bedrijfsmarkt, een cursus van het werk, een beurs. Aan het einde van de dag mag je je zegeningen tellen: pennen, notitieblokjes, stapels folders waar je nooit meer naar kijkt … En dat is dan nog het goedkope spul. Het kan nog interessanter worden als het kleine rugzakjes, prachtige waterflessen, regenjacks of wat dan ook met een logo erop zijn. Omdat er een logo op staat, wil ik er zelden mee rondlopen. Dat zal mogelijk ook een reden zijn waarom de kringloop het moeilijker of niet verkoopt. De kans dat u met gratis verkregen spullen een collectors-item gescoord heeft, is namelijk niet bijster groot.

Het eindresultaat is hoe dan ook, dat we grondstoffen en energie hebben gebruikt voor artikelen waar geen hond wat mee kan of wil. Of misschien is die hond dan toch de uitzondering. Waarschijnlijk maakt het hem geen bal uit, uit een etensbak met logo van zijn dierenvoeding producent te eten. Dat zal waarschijnlijk ook al geen gat meer in de markt zijn.

Nog lastiger wordt het, als ik een cadeautje krijg. Het gebaar vind ik vrijwel altijd bijzonder. Maar. Wat te doen met cadeau’s waarvan ik het gebaar waardeer, maar het product verafschuw? Geloof me, dat is relatief zeldzaam, maar het komt helaas voor. Teruggeven, terugbrengen (geen bon), toch een prominente plek geven: allemaal geen optie. Zelfs de kringloop is geen optie, want ook ik wil niet betrapt worden op het dumpen van een goed bedoeld cadeau. En de impact op het milieu wereldwijd van heel veel goed bedoelde, maar toch niet goed uitgepakte cadeau’s: vul maar in.

Mocht u denken dat bovengenoemde allemaal wel meevalt, breng dan vooral een bezoek aan de kringloopwinkel een paar dagen nadat er kerstpakketten zijn uitgedeeld. Dat valt op, omdat er dan opeens zoveel dezelfde artikelen staan. Neem maar eens een kijkje bij de keukenartikelen. Er zijn uitzonderingen, maar het lijkt wel of er gemiddeld genomen iets meer kerstpakketten zijn met volstrekt overbodige artikelen. Ook Marktplaats wordt overspoeld met allerlei niet-hebbedingetjes na kerst en niet te vergeten Sinterklaas. Mijn tip? Een kerstpakket met milieuwinst (plant een boom?) of met een dienst (wandelen met Dryadis).

Er is een aantal stappen die ik op deze weg gezet heb:

  • Vandaag nog een NEE sticker halen. Geen reclamekrantjes scheelt een enorme berg papier (bomen dus). Maar het beperkt ook de verleiding dingen te kopen die u niet nodig had tot er een krantje in uw bus viel wat u van het tegendeel probeert te overtuigen.
  • Bij ‘gratis’ een denkpauze inlassen. Waarom is het eigenlijk gratis? En wat gaat u er mee doen? Had u het willen kopen als u het had moeten betalen?
  • Hoe gaat u het product afvoeren als het toch niet in de smaak valt? Hoeveel moeite moet u daarvoor gaan doen en moet u er mogelijk voor gaan betalen? Dat is namelijk niet ondenkbaar.
  • Wil de schenker van het gratis product niet toevallig vooral van zijn spullen af?

Natuurlijk ben ik er diverse keren vol ingetrapt. Maar langzamerhand begin ik beter te worden in het herkennen van ‘geven om er vanaf te zijn’. De laatste keer was, toen iemand mij met een groots gebaar, een partij klinkers aanbood. Gratis, uiteraard. Ik had er geen bestemming voor en afvoeren kon ik ze niet (fiets), dus heb ik op het nippertje kunnen voorkomen dat ze in mijn voortuin belandden. Alleen ik weet hoeveel moeite het mij kostte om ‘nee, maar toch bedankt’ te zeggen.

Mij bevalt het goed een cadeau in de vorm van een dienst aan te bieden. Dat pakt vaak verrassend uit. Aangezien buitenactiviteiten mijn specialiteit zijn (Dryadis), bied ik die regelmatig als cadeau aan. Hoe speciaal is het, om net na zonsopkomst met vrienden in het bos te ontbijten? De reacties van vrienden? Buitengewoon goed.

Gratis is kortom vaak helemaal niet gratis. Uiteindelijk betalen we de prijs – in wat voor vorm dan ook – voor de onnodige milieubelasting.

worstelen met duurzaamheid, papier

IMG_2252

Natuurlijk ga ik het niet over het toiletgebeuren hebben, zeker niet. Natuurlijk niet. Maar wel over het papier uit het kleinste kamertje. Elke week sleuren we weer een pak toiletpapier het huis in; het staat standaard op het boodschappenlijstje. En op het moment dat ik er dan eens op ga letten, vraag ik me af hoeveel bomen inmiddels door mijn toedoen gevallen zijn.

Omdat ik het kopen van gerecycled toiletpapier maar bleef uitstellen – eerst even uitzoeken hoe en waar – was ik vast begonnen met een papiertje minder. Dat bleek verrassend eenvoudig. In plaats van een forse ruk aan het toiletpapier en dat vrolijke gerol, beperkte ik mezelf tot de helft. Pijnlijke constatering, maar dat is ruim voldoende. Dan heb ik al die jaren dus nodeloos het dubbele gebruikt. Het beeld wat ik nu voor ogen heb, is effectief. Bij elke ruk aan het rolletje, zie ik een boompje omvallen. Door mij. Dat helpt.

Sommige dingen zijn verrassend simpel. Als het mij niet lukt om een product te vermijden, kies is voor het gebruik halveren of minimaliseren. In ieder geval wil ik niet meer wegkomen met het argument dat het lastig of onmogelijk is het milieu te ontlasten. Het kost vaak wat meer moeite – tot je het gewend bent.

En terwijl ik het papiergebruik aan banden leg, is het het einde van het schooljaar. Aangezien het oud papier binnenkort opgehaald wordt, verzamel ik wat er zoals aan schoolpapier is gebruikt en inmiddels overbodig is. Kratten vol met overbodig geworden boeken (hoezo?), werkboeken en schriften. Drie kratten vol! Verbijsterend! Kritisch bekijk ik de schriften. Veelal is er nauwelijks in geschreven, soms zijn alleen de eerste en laatste bladzijden beschreven. Ook vind ik nieuwe schriften, waarvan het kaftje blijkbaar niet 2018/2019 is. Blijkbaar heb ik nog een lange weg te gaan.

Al jaren scheur ik lege bladzijden uit oude schriften om die als notitiepapier te gebruiken. Maar aangezien die stapel steeds hoger wordt, realiseer ik mij heel goed dat dit geen goed idee is. Even schiet er door mij heen, dat ik al dat papier eigenlijk als toiletpapier moet gebruiken, beschreven of niet. Wat maakt het uit.  Maar al snel laat ik het schieten: te extreem. Te verwachten gezinsweerstand: zeer hoog.

Ik las dat er een tijd is geweest waar kranten aan het personeel meegegeven werden, omdat ze dan gratis toiletpapier hadden. Niet eens heel slecht. Maar ik zie het mijzelf gewoon niet doen. Vandaar dat gerecyclede toiletpapier. Is het DE oplossing? Geen bossen meer die omgehakt worden voor zoiets vergankelijks al toiletpapier? Nee, het is absoluut geen oplossing, zelfs niet tijdelijk, maar ik moet wat.

Intussen twijfel ik al jaren over het versturen van kerstkaarten. Een mooi gebaar, dat zeker. Maar het is niet alleen dat kaartje, elk kaartje zit tegenwoordig in een envelop. Vele miljoenen kerstkaartjes, alleen al in Nederland. Is het dat waard? Hoeveel bomen moeten onze kerstgedachten kosten? Is een kerstmail zoveel minder persoonlijk? En is een kerstApp echt ‘not done’? Ik sta open voor een flexibele, milieubewuste etiquette.

Het ontvangen van een kaartje, is natuurlijk wel even anders. Een echt, concreet, zelfgemaakt kaartje staat wel in de top 10 van verjaardagsgenoegens. Stel je voor dat er niemand meer een kaartje stuurt. Wat een ellende. Maar voor mij persoonlijk geldt: ik waardeer het gebaar en de moeite van een persoonlijk kaartje enorm. Maar een verjaardagsApp vind ik uitstekend.

Het opvoeden van mijzelf voor wat betreft duurzaamheid, gaat met forse hobbels. Ik stond van de week wat diploma’s te kopiëren, altijd handig om wat extra kopieën in huis te hebben. Aangezien de kopieermachine nauwelijks geld kost (5 cent per kopie) en hij toch al ronkend bezig was met het uitspugen van kopieën, gooide ik wat geld er bij. Het papier hoefde ik niet aan te vullen, er lag een hele doos en over de printinkt hoefde ik me ook niet druk te maken. Dat werd hier allemaal geregeld. Dus, vooruit, al het kleingeld werd geofferd. Het duurde eigenlijk best lang voor ik me realiseerde dat ik bezig was met iets wat bepaald niet noodzakelijk was en eigenlijk zelfs overbodig. Ik staarde naar de stapel papier. Niet terug te draaien. Voortaan beter opletten. Kopiëren duurder maken zou voor mij werken. Als ze 1 euro per stuk zouden kosten, had ik er zeker niet zoveel gemaakt.

Samen delen?

IMG_2236

Vandaag kwam ik thuis met een enorme variatie aan groente. Verse sperciebonen, sla, wortels, ruccola, courgettes, koriander en lavas ….  In de zomer geniet ik mee van de moestuin van een goede vriendin en deel ik in de vreugde van de oogst. Terwijl zij zich in het zweet werkt om de tuin tot een groene oase te maken, doe ik wat minstens zo belangrijk is: ik geniet ervan, ik verheug me erop en ik ben dankbaar.

Een paar dagen terug werd mij een enorme bank aangeboden, het was even slepen en zeulen, maar nu staat hij dan in de huiskamer als gewaardeerd object. En ik doe wat ik altijd doe: ik geniet ervan en ben dankbaar.

Als ik de krant krijg in de ochtend, fiets ik erna even naar een ander. De krant mag best dubbel gelezen worden, dat scheelt weer in papier. Ik weet dat het gebaar gewaardeerd wordt. En hoeveel moeite is het nu eigenlijk?

Samen delen lijkt in de loop van de tijd veranderd. Als ik vroeger onderweg iets lekkers bij me had, bood ik aan dat te delen. Dat werd meestal vriendelijk afgeslagen, waarna ik dan alsnog in mijn eentje kon genieten – al dan niet wat minder. Als ik nu onderweg aanbied iets te delen, wordt er mogelijk met afgrijzen naar mij gekeken.

Bij mijn worsteling met duurzaamheid neemt het delen van voedsel, diensten en van alles eigenlijk, een grote plaats in. Ik heb van alles te bieden en wie niet. Als we daarmee de helft van de spullen zouden nodig hebben, wat zou er dan al een enorme milieuwinst zijn.

Is delen ingewikkelder geworden?

WORSTELEN MET DUURZAAMHEID, ‘THEE-ZONDER’

Op de fiets naar de stad, vandaag. Op mijn zoektocht naar ‘thee-zonder’, stuit ik op Simon Levelt. Al jaren is ‘thee-met’ een grote bron van ergernis. Waar ik onder versta dat ik eerst de plastic verpakking moet verwijderen. Dan een kartonnen doosje moet openprutsen. Vervolgens ben ik aangekomen bij een reeks van papieren zakjes. En dan, uiteindelijk, ben ik bij het product beland. Althans, bijna dan, want de losse thee zit in handige zakjes met een – ook weer overbodig – kartonnen label. Als je pech hebt, zwemt zo’n label in je theeglas en geniet je mee van de kartonsmaak met verf. Nee, dank u.

Hoe is het zover gekomen, maar nog belangrijker, waarom heb ik niet eerder al mijn theezakjes in de ban gedaan. De groene thee had ik al jaren los in huis, want daar is makkelijk aan te komen. Onlangs heb ik daar ook weer de zwarte losse thee aan toegevoegd. Maar voor de thee die geen thee genoemd mag worden, omdat het dat strikt genomen ook niet is (rooibos is een hulstsoort), bleef ik maar in het gemakkelijke hangen. Lekker soppen met zo’n zakje.

Om het theegebeuren in goede banen te leiden, heb ik wel wat voorbereidingen getroffen. Ik ben onlangs de trotse bezitter van een Bodum koffiepot van glas geworden. Het vergt niet veel creativiteit om die als theepot in te zetten, waar de theeblaadjes rustig in de theepot mogen zweven. Al na een paar minuten zakt een filtertje gestaag naar beneden, waardoor de theeblaadjes precies zijn waar ik ze graag wil hebben en houden: op de bodem van de Bodum pot.

De laatste theezakjes zitten nu in de kast en met een zekere weemoed sla ik ze gade. Dag, dag, theezakjes, ik ga jullie missen. Ik mis jullie nu al, want onderweg bungelt er steevast een kartonnen labeltje aan mijn thermosflesjes. Geen uur zonder thee, dus die gaan altijd mee. Duurzaam is soms een beetje verdrietig gebeuren, vandaar die worsteling.

Ik ben overigens dol op mijn waterkoker. De stroom daarvoor komt van het dak, de zon is geduldig en gul. Direct bij de klaar-klik, giet ik de waterkoker leeg in de theepot en de rest in twee thermosflessen. Zodra de theepot aanvulling behoeft, vul ik die met water uit mijn thermosfles. Ook hier is het de moeite waard om een goede thermosfles aan te schaffen. In mijn geval van roestvrijstaal. Mijn thermosflessen blijven schoon, want ze worden alleen gevuld met water. Mijn theepot gaat regelmatig in de afwas.

Maar om even op die Simon Levelt terug te komen, wat een (h)eerlijke winkel. Mensen die van alles weten over koffie en thee, daar ga je toch graag een gesprek mee aan. Opmerkelijk is wel dat ik terecht op mijn vingers wordt getikt. Een Bodum koffiepot dien je nooit voor thee te gebruiken, want dan kun je de thee niet precies zo lang laten trekken als het hoort. Met zo’n bungelend zakje, heb je dat proces wel onder controle, want dat verwijder je na een x-aantal minuten. Met een bodem met theebladeren werkt dat niet. Maar eigenwijs als ik ben, wil ik toch een statement maken. Ik weet precies hoe lang ik thee wil laten trekken: zo lang mogelijk.

Bijzonder, want losse thee is hier heel gewoon! En bij de verpakking viel ik echt stijl achterover: “Het papier van deze verpakking is CO2 neutraal en geproduceerd en verkregen uit agrarisch restmateriaal.” Na gebruik kan de verpakking zo in de groenbak! Hulde, hulde! Daar wil ik dan ook nog aan toevoegen dat een groot deel van het thee-assortiment biologisch is. Ik moet echt even slikken, waarom ontdek ik deze winkel nu pas en dan ook nog bij toeval?

Om het leven zonder theezakjes aangenaam te laten verlopen, beschikken ze over een ruim assortiment aan theefilters, in allerlei vormen en maten. Voor op de theepot, voor in een mok of glas. Alles van uitstekende kwaliteit. Een leven zonder theezakjes, het lijkt te doen. In deze winkel lijkt het hele gebeuren kinderspel.

Om mijn leven onderweg ook dragelijk te maken, heb ik onlangs bij de kringloop een hele partij theeknijpers gekocht. Dat kostte me zo’n 2 euro, want het geluk lachte me toe. Het was uitverkoop. Bij mijn picknicks vindt u voortaan een potje losse thee, wat theeknijpers en een glas. Want thee uit een plastic bekertje, is pas echt een aanfluiting.

worstelen met duurzaamheid

IMG_2398

Kan ik er wat aan doen? Dat vraag ik me dagelijks af. Het ene weersextreem wisselt zich af met het andere en ik voel me ongemakkelijk en ongerust. We beleefden de warmste meimaand ooit. Inmiddels is het juli, droger dan droog en voorlopig verwachten we nog geen regen. Op mijn fietstochten zie ik gele bomen met vallend blad. Als ik wandel zie ik kleine kikkertjes hoopvol rondspringen, maar hoelang nog. Veel sloten en vennen zijn al drooggevallen, een moerassig natuurgebied als de Mortelen heb ik nog nooit zo droog gezien.

Kan ik dagelijks milieuschade vermoeden en dat tegelijkertijd negeren? Wil ik dat?

Ik heb nog geen duidelijk plan en zelfs geen doel voor ogen. Op mijn zorgen wordt wat lacherig gereageerd: of ik de wereld – en het milieu in het bijzonder – in mijn eentje wil redden, alweer. Want wie ben ik. Maar wat doet het er toe?

Mijn zorgvuldig opgestelde CV bevat de meest relevante informatie niet, zoals dat wel vaker het geval is. Maar nu ik toch met mijn verleden soort van uit de kast kom, zal ik maar eens goed uitpakken. Pas op mijn dertiende begon het goed tot mij door te dringen dat er regelmatig een dood beest op mijn bord lag. Een kip, een koe of een stuk paard. Mijn wiskundeleraar, stuurde ons in de pauze onmiddellijk de klas uit, als we met beest-op-brood de klas wilden binnen sluipen. Een echte klassieker, want hij droeg wollen sokken in sandalen en een nadrukkelijk gekleurd overhemd. En hij had een baard en bril. Behalve over wiskunde, vertelde hij mij ook over een ‘leven-zonder-vlees’. Dat verhaal is blijven hangen, dat van die wiskunde niet zo. Maar zo werd ik vegetarier.

Inmiddels heb ik mijn 40-jarige status als vegetarier met dialoogwandelingen en kookworkshops bekrachtigd. Zelfs de krant pikte het op en zo belandde ik wellicht met mijn ’40 dagen zonder vlees’ actie bij u op de ontbijttafel. Misschien hoopte ik al die jaren, dat de omstandigheden voor dieren zouden verbeteren,  dat het milieu meer zou worden ontzien. Dat we de natuur – en het milieu in het algemeen – met meer respect en compassie zouden bejegenen. Maar ondanks alle kennis van en over onze aarde, valt ons een slecht rentmeesterschap te verwijten.

Vandaag is dag 1. Vandaag breng ik mijn worsteling met duurzaamheid en verantwoord rentmeesterschap in de openbaarheid. Want het doet er toe, ik doe er toe. Als ik 2 anderen inspireer, is dit voor de verandering nu eens een schone olievlek die zich uitbreidt.

Als ik om mij heen kijk, is er nog voldoende voor verbetering vatbaar. Hier en nu en in mijn eigen leefomgeving.. Mijn was hangt buiten te drogen, een koud kunstje met dit warme weer. Mijn gele grasveld profiteert van de natte was die ik er op kledder. Lekker snel en lekker nat. Gras blij, ik blij. In vroegere tijden had je een bleekveld, daar bleekte men de witte was op. Omdat de was van de straatkant misschien een beetje chaotisch overkomt, trek ik de gordijnen dicht. Zo opgelost.

Morgen meer over mijn worsteling met duurzaamheid.